Handreiking Leefstijladvies in de eerstelijnszorg

Preventie door beweging. Iedereen in de eerstelijnszorg is het hiermee eens. Op initiatief van de LHV, het NHG en het ministerie van VWS is een consultatieteam samengesteld onder de naam: ‘De Nieuwe Praktijk’. Zij heeft na intensief onderzoek en praktijkbezoek deze handreiking geschreven. De handreiking geeft advies en ondersteuning hoe u met collega’s uit de eerste lijn een rol kunt spelen op het gebied van preventie. Dat begint in uw eigen praktijk door uw patiënten te motiveren meer te bewegen en gezonder te leven.

U kunt de handreiking hier downloaden.


Om u een indruk te geven wat u in de handreiking kunt vinden, is hieronder de inhoud kort voor u samengevat.

 

Alle begin is moeilijk: hoe begin ik een leefstijlplan? 

De handreiking beschrijft alle fases die u nodig hebt om een beweeg- en leefstijlplan op te zetten. Het is bedoeld als steun in de rug bij het opzetten van een eigen plan. Bij de voorbereiding, de organisatie en de uitvoering krijgt u de complete tips en adviezen.

 

Wilt u een actieve leefstijl bevorderen in uw direct omgeving (de basisaanpak) of wilt u zich meer naar buiten richten en partners zoeken in een wijdere omgeving? (de brede aanpak) In beide gevallen zult u drie fases doorlopen:

  1. U zoekt samenwerkingspartners in de eerstelijnszorg met wie u het plan uitwerkt
  2. U organiseert deze samenwerking
  3. U voert het aanbod uit.

 

Dat klinkt eenvoudig, maar hoe vult u deze fases concreet in? De antwoorden op alle vragen vindt u in de handreiking, zodat u aan de slag kunt.

 

Zijn er succesvolle voorbeelden van leefstijlinterventies in de eerste lijn?

Ja, er zijn heel veel voorbeelden. Zoals Big!Move, een gedragsveranderingsproject dat gericht is op bewoners met overgewicht, diabetes mellitus, hart- en vaatziekten en psychische klachten. Of Bewegen op Recept in de Haagse Schilderswijk. Ook hier wordt de bewoners gewaarschuwd voor de gevolgen van te weinig bewegen en slechte voeding. In hoofdstuk 4 worden deze en andere voorbeelden uitgebreid beschreven.

 

Met welke doelgroepen wordt er gewerkt en waarom?

  • Er wordt gewerkt met mensen met een chronische ziekte, (zoals diabetes, COPD, HVZ)
  • hoog risico op ziekte
  • vage, steeds terugkerende klachten
  • klachten van psychische aard
  • klachten aan het bewegingsapparaat
  • te hoog gewicht
  • laag sociaal economische status
  • en met een ongezonde leefstijl


Met wie kan ik het beste samenwerken en hoe doe ik dat?

Dat hangt ervan af of u kiest voor een basisaanpak of een brede aanpak. In beide gevallen kunt u samenwerken met fysiotherapeuten, diëtisten, huisartsen, praktijkondersteuners, maar ook met mensen die u kunnen helpen met het coördineren, financieren en promoten van de activiteiten. In deze handreiking wordt met schema’s en concrete voorbeelden helder uitgelegd hoe de samenwerking kan verlopen.

 

Wat zijn de resultaten?

De praktijkvoorbeelden in hoofdstuk 4 beschrijven de succesvolle resultaten die de projecten hebben opgeleverd. Klik hier.

 

Wat zijn de knelpunten?

Uiteraard zijn er obstakels, zoals de tijdsinvestering, de financiering en de organisatieverandering die vaak nodig is. Hoofdstuk 3 van de handreiking besteedt hier uitgebreid aandacht aan en geeft meerdere antwoorden en mogelijke oplossingen voor deze knelpunten.

 

Wat gebeurt er na de projectfase?

Als het project ontwikkeld is en uitgevoerd, is het belangrijk begeleiding aan te bieden en te zorgen dat het aanbod beschikbaar blijft. Uw rol wordt meer een coachende, begeleidende rol.
Hoofdstuk 4 beschrijft hoe u uw rol het beste kunt invullen.

 

Hoe ziet de multidisciplinaire aanpak van leefstijladvisering eruit?

In hoofdstuk 4 komen de verschillende expertises aan bod en wordt aangegeven hoe u deze het meest effectief kunt inzetten. Aan de hand van de succesvolle projecten die worden beschreven in hoofdstuk 4 wordt het nog eens helder uitgelegd.

 

Hoe zorg ik voor blijvende gedragsverandering bij deelnemers?

Een project is pas succesvol als het beklijft. Daarom is begeleiding op grotere afstand erg belangrijk. Maar de veranderde leefstijl is natuurlijk één van de grootste verbeteringen.
De kans op permanente gedragsverandering wordt groter als de deelnemer gedurende zes maanden of langer (bij voorkeur tot een jaar) beweegt onder begeleiding en in een groep. Of ervoor te zorgen dat er faciliteiten zijn zodat hij of zij kan blijven bewegen. De praktijkvoorbeelden geven u hierover ook de nodige tips.

 

Welke rol hebben de verschillende disciplines?

Dit is misschien wel de moeilijkste en belangrijkste vraag. In hoofdstuk 4 wordt beschreven via welke route een deelnemer of patiënt bij u aanklopt en hoe daarop door de verschillende deskundigen op gereageerd kan worden. U krijgt heldere en goed uitvoerbare adviezen, maar er wordt ook aandacht besteed aan de randvoorwaarden en de aanpak. Dit laatste is terug te vinden in hoofdstuk 5.

 

En last but not least biedt deze handleiding uiteraard antwoord op de meest concrete vragen:

  • Welke stappen moet ik doorlopen? (hoofdstuk 5)
  • Hoe creëer ik draagvlak voor mijn idee? (hoofdstuk 5)
  • Welke financieringsmogelijkheden zijn er? (hoofdstuk 3)
  • Hoe maak ik een projectplan? (hoofdstuk 6)
  • Hoe faciliteer ik de eerstelijnszorgverleners die met leefstijl aan de gang gaan? (hoofdstuk 5)